Graan in de wilhelminapolder

Graan beslaat als spilgewas ruim een derde van ons areaal. We telen graan als grondstof voor meel en veevoer, en als zaaizaaidproductie voor andere telers (vermeerdering). We telen voornamelijk wintertarwe, en daarnaast wintergerst. Graan is belangrijk als rustgewas voor de bodem. We verhakselen bij de graanoogst al het stro ten gunste van de bodemvruchtbaarheid en telen vervolgens een groenbemester voor extra bodemvoeding.

De teelt van graan

De wintergranen zaaien we in het najaar na de oogst van aardappelen, uien en suikerbieten. De velden kleuren van groen naar in de loop van de zomer geel, waarna de graanoogst begint. Al ons graan gaat naar onze bewaarloodsen in Wilhelminadorp, en wordt, al dan niet geschoond, verder verwerkt door CZAV.

Spilgewas in het bouwplan

Om de bodem nu en in de toekomst in topconditie te houden, telen we jaarlijks op ruim een derde van ons areaal het rustgewas graan.

De granen houden de bodem tijdens de winter bedekt en doorwortelen de bouwvoor intensief. Na de graanoogst voeren we organische mest aan en volgt nog een groenbemesterteelt. Hierna is bodem weer in topvorm en volgt een teelt aardappelen, bieten of uien.

0
hectare wintergerst en -tarwe
0
+
ton graanopslag